Veel gemaakte taalfouten en trucs om ze te vermijden

Teksten schrijven is niet voor iedereen een favoriete bezigheid. Toch is het heel belangrijk om jouw bezoekers te verleiden, dat jouw webteksten toegankelijk zijn en aanzetten jouw doelstellingen te bereiken. In deze serie blogs krijg je tips van Hanneke Nijland. In haar eerste gastblog deelde ze een checklist voor goede webteksten. In haar tweede leerde Hanneke ons hoe je in 5 stappen een goede SEO-tekst schrijft. In de vorige vertelde ze over storytelling en de voordelen voor jouw website. In deze laatste laat ze zien hoe je taal- en spelfouten kunt voorkomen. 

‘Een klein taal-, type- of spelfoutje doet er niet zo toe, als ze maar begrijpen wat ik bedoel.’

Tot op zekere hoogte heb je gelijk. Maar wil je van je webshop een professionele website maken, dan wordt het opeens wel belangrijk. Kopen op internet is gebaseerd op vertrouwen en omdat je de mensen over het algemeen niet in levenden lijve ontmoet, zal je website echt moeten overtuigen. Dat doe je met een logische structuur, doordacht design, goed beeldmateriaal en met teksten die kloppen. Het zou jammer zijn als je net die ene goede klant wegjaagt doordat je continue dt- fouten maakt. Daarom deze keer een blog waarin ik op de schooljuffenstoel ga zitten. Dat is weer eens wat anders. Overigens vind ik het best risicovol, want in een blog als deze kan ik me geen foutje permitteren natuurlijk.

Verhuisd of verhuist?

Bijna iedereen kent wel ‘t ex-kofschip om te bepalen of een werkwoord nu eindigt op een d of een t. Maar hoe gebruik je dat ook al weer?

Ik leg dit ezelsbruggetje uit aan de hand van een paar voorbeeldwoorden:

haken, straffen, uploaden, beven, faxen en verhuizen.

1. Haal je de klinkers van ‘t ex-kofschip weg, dan houd je de volgende letters over:

TXKFSCHP
Dat zijn de letters waar het om gaat.

2. Haal van het hele werkwoord ‘en’ af.

Je houdt in ons voorbeeld dan over: hak-, straff-, upload-, bev-, fax- en verhuiz-.

3. Komt de laatste letter voor in ’t ex-kofschip?

Dan gebruik je een ‘t’ in de verleden tijd:
Ik hakte, strafte, faxte en ik heb gehakt, gestraft en gefaxt.

4. Komt de laatste letter niet voor in ’t kofschip?

Dan gebruik je een ‘d’ in de verleden tijd:
Ik uploadde, beefde, verhuisde en ik heb geüpload, gebeefd en ben verhuisd.

Voor woorden uit het Engels als ‘skaten’ of ‘deleten’ gelden eigenlijk dezelfde regels.

Haal je ‘-en’ eraf, dan eindigen deze woorden op een ‘t’. Die staat in ’t ex-kofschip, dus er komt een ‘t’ achter. Maar nu komt het. We gebruiken een tussen-e in de uitwerking, omdat we het woord anders niet goed uitspreken: ik skatete, deletete en ik heb geskatet, gedeletet. Ziet er gek uit, maar het klopt wel.

Word of wordt?

  • Jij word morgen door hem opgehaald.
  • Word Anna boos?
  • Word alsjeblieft weer vrolijk.
  • Word je volgende week tien?
  • Word u volgende week zeventig?
  • Word je vader daar ingehuurd?

Soms moet er hierboven ‘wordt’ staat in plaats van ‘word’. Wil je snel weten dat het geval is, gebruik dan de looptruc. Je vervangt ‘worden’ door ‘lopen’, dan hoor je veel gemakkelijker of er een ‘t’ achter moet. De voorbeeldzinnen van hierboven gaan dan als volgt:

  • Jij loopt morgen  –  Jij wordt morgen door hem opgehaald.
  • Loopt Anna? – Wordt Anna boos?
  • Loop alsjeblieft – Word alsjeblieft weer vrolijk.
  • Loop je volgende week? – Word je volgende week tien?
  • Loopt u volgende week? – Wordt u volgende week zeventig?
  • Loopt je vader? – Wordt je vader daar ingehuurd?

Testen of je dt-kennis goed is? Doe de dt-quiz

Hun of hen?

Je gebruikt hen:

  • Na een voorzetsel zoals op, aan, achter, bij, op en voor: Hij gaf de koekjes aan hen.
  • Als het een lijdend voorwerp is: Ik groet hen.

Je gebruikt hun:

  • Als het om een bezit gaat: Hun boot staat te koop.
  • Als het woord te vervangen is door voorzetsel + hen.
    Dus: Ik geef hun koekjes – ‘hun’ is te vervangen door ‘aan hen’.

Best nog ingewikkeld, vooral als je erover na gaat denken. Kom je er niet uit, omzeil het dan gewoon. In plaats van ‘hun’ of ‘hen’ kun je over het algemeen ook ‘ze’ gebruiken.

‘Ik geef ze koekjes.’
‘Ik groet ze.’
‘Ze verkopen de boot.’

Als of dan?

Het is niet heel moeilijk, maar je moet het net even weten.

Je gebruikt dan bij een vergrotende of verkleinende trap:

  • Miss Nederland is mooier dan ik.
  • Hij kan harder rennen dan Usain Bolt.

Als iets hetzelfde is, gebruik je als:

  • Usain Bolt kan net zo hard rennen als ik.

Ook het laatste woord levert wel eens een probleem op.
Is het nu

‘Usain Bolt kan harder rennen dan ik’ óf
‘Usain Bolt kan harder rennen dan mij’?

Wil je dat weten, dan maak je de zin wat langer:

‘Hij kan harder rennen dan ik kan.’
‘Hij kan harder rennen dan mij kan.’
Dan zie je meteen welke goed is.

Tot slot nog een paar veelgemaakte fouten:

  • het is bureaus en cadeaus en geen bureau’s en cadeau’s
  • je ergert je aan iets, of iets irriteert je. Irriteren aan is niet goed.
  • Je schrijft Jans Kaaswinkel en niet Jan’s Kaaswinkel. De ’s gebruik je alleen als anders het woord ervoor niet goed uitgesproken wordt. Bijvoorbeeld Petra’s Wijnhuis.

Tip: op www.onzetaal.nl staat een uitgebreide databank met het antwoord op elke vraag die je maar kunt bedenken over de Nederlandse spelling.

Hebben jullie voorbeelden van veelgemaakte taalfouten waaraan je je wild ergert, dan hoor ik ze graag! Daar kan iedereen zijn voordeel mee doen.

avatar

About Hanneke Nijland

Hanneke is communicatieadviseur en tekstschrijver. Ze werkt met name voor MKB’ers die zich online én offline beter willen profileren. Ze geeft marketing- en communicatie-advies, schrijft teksten, blogs, maakt magazines en denkt mee. Haar insteek? Gewoon DOEN. Een creatief en haalbaar plan maken dat afgestemd is op budgetten en mogelijkheden. En, net zo belangrijk; zorgen dat het uitgevoerd wordt door vakspecialisten.

, , , , ,

8 reactie bij Veel gemaakte taalfouten en trucs om ze te vermijden

  1. avatar
    Lies 19 december 2014 bij 19:04 #

    sorry, ben nummer twee 😉

  2. avatar
    Lies 19 december 2014 bij 19:04 #

    haken, ik haakte dan toch zeker?

  3. avatar
    Hanneke 8 april 2013 bij 10:28 #

    Ja, klopt inderdaad, de wat-dat-doctrine. Heb het filmpje van Koot &Bie er even bijgezocht:

    http://www.youtube.com/watch?v=GL_RGoJ7PSw

  4. avatar
    harma 5 april 2013 bij 14:35 #

    Ik zie heel vaak dat ‘wat’ gebruikt wordt, daar waar ‘dat’ bedoeld wordt. Van Kooten en de Bie hebben daar een geweldig filmpje over gemaakt. Kort gezegd: er wordt veel te vaak ‘wat’gebruikt…

  5. avatar
    Tekstschrijver Linda 15 november 2012 bij 17:44 #

    Leuk om ook de “irritatie” genoemd te zien (laatste alinea). Wordt heel vaak fout gedaan, terwijl “ik irriteer me” geen gezicht én geen gehoor is.

  6. avatar
    Marijke 29 oktober 2012 bij 20:32 #

    Ja, is vast een typefout! Maar wel een grappige in deze context, kon het dan ook niet laten te reageren 🙂

  7. avatar
    Dana 29 oktober 2012 bij 19:12 #

    Oeps! Maar dit mogen we volgens mij rekenen op een typefout in de eerste zin of niet? Denk ik hoor. En ik heb er zelf ook finaal overheen gelezen. Dus so much voor redactie. 😉

  8. avatar
    Marijke 29 oktober 2012 bij 14:44 #

    Risicovol is het zeker, want er is inderdaad een foutje geslopen in je blog. Hakken wordt inderdaad hakte. Maar als er staat haken, wordt het haakte! En er staat toch echt haken, niet hakken, dus hakte als vt van haken, dat klopt niet.

Geef een reactie